Kun je vrede leren?

Een intrigerende titel van een intrigerend boekje: Vrede kun je leren. De Belgische auteurs, therapeut D’Ansembourg en historicus Van Reybrouck, slaan de handen ineen na de aanslagen in Parijs en Brussel. Ze ergeren zich aan de pappen-en-nathouden-reactie van de overheid. Die beperkt zich tot repressie, controle en de inzet van het leger. Een softe aanpak, menen de auteurs. Veel beter zou zijn als de overheid wat zou doen aan de ‘mentale hygiëne’ van haar onderdanen.

Want, zo is de vaste overtuiging van de auteurs, vrede kun je leren. Ooit hebben we ontdekt dat dagelijks tandenpoetsen het behoud is van ons gebit, net als dagelijks bewegen goed is voor botten, spieren en gewrichten. Ooit was het revolutionair dat er werd gepleit voor het invoeren van gymlessen op scholen. Een arts zei in 1904 dat het niet alleen het lichaam versterkte, maar ook de helderheid van denken, de opgeruimdheid van het gemoed, wilskracht en de geneigdheid tot handelen. Met andere woorden: de lichamelijke opvoeding heeft ‘eenen heilzamen invloed op de verstandsontwikkeling.’

Welnu, precies dat geldt ook voor meer aandacht voor de geestelijke gezondheid, denken D’Ansembourg en Van Reybrouck. Als we op scholen meer zouden doen aan meditatie, mindfulness, zelfkennis en geweldloze communicatie, dan zouden we een eind kunnen maken aan de pandemie van psychische ziekten die de westerse wereld sinds tientallen jaren teistert. En daarmee zouden terroristen en extremistische bewegingen hun aantrekkingskracht verliezen. Want wie vrede kent, vrede brengt, is het adagium van beide auteurs.

Verliezers
Als de samenleving mentaal gezonder zou zijn, zouden er volgens de schrijvers geen wijken meer zijn zoals Molenbeek in Brussel, of de Schilderswijk in Den Haag: wijken die onderaan de ladder bungelen en waarvan de inwoners niet mee kunnen doen in de ratrace van competitie, geldingsdrang, consumptie en groei ad infitum die nu eenmaal onze samenleving beheerst. Zij zijn de radicale verliezers. Er rest hen weinig anders dan wanhoop die tot geweld leidt. Geweld dat een kick geeft in een verder geestdodend leven. Geweld dat tot ontzag leidt van de omgeving, tot erkenning, het gevoel dat je leeft. Geweld wordt dan een vorm van zingeving. Want ieder mens zoekt naar betekenis.

Een veelzeggend citaat uit het boek: “Wie niets meer te winnen heeft, heeft niets meer te verliezen. We moeten er dringend voor zorgen dat elk kind kan voelen – fysiek en mentaal – dat het bij het leven hoort; dat het leeft in een levende wereld. Het moet weten dat je kunt voelen dat je leeft, zonder risico’s te nemen, zonder iemand in gevaar te brengen, zonder in aanraking te komen met de dood of dood te zaaien.”

Wat de auteurs is opgevallen, is dat veel terroristen en andere geweldplegers zich slecht in woorden kunnen uiten. Ze hebben geen taal om aan te geven wat ze voelen, hoe eenzaam, bang, ontmoedigd, hulpeloos of woedend ze zijn. “Het gevolg is ofwel explosief geweld gericht op dingen en mensen, ofwel implosief geweld, tegen zichzelf gekeerd.” En dat is niet alleen voorbehouden aan inwoners van slechte wijken. “Wij denken dat ieder van ons gewelddadig kan worden of kan besluiten te vluchten als hij zich onbegrepen voelt of zichzelf niet meer begrijpt.”

Mentale hygiëne
En dus is er een eenvoudig recept voor wie wat wil doen tegen het geweld in de samenleving: leer de mensen vrede. Vrede met zichzelf en vrede met elkaar, want die twee gaan hand in hand, zeggen D’Ansembourg en Van Reybrouck. Doceer iedereen het vak ‘mentale hygiëne’. En leer iedereen om dat vol te houden. Net zoals je lichamelijke hygiëne en je fysieke conditie moet onderhouden, zo moet je ook voortdurend werken aan je mentale conditie. Want we werken allemaal keihard aan ons lijf, ons vel, maar verwaarlozen onze vrede.

Ontkerkelijking
Waar is het mis gegaan? De auteurs, beide seculier, wijzen naar de ontkerkelijking. “Omdat veel mensen de sleutel voor een beter leven niet of niet meer in religie vinden, hebben ze die de rug toegekeerd, en daarmee meteen hun innerlijke leven.” Mensen bidden niet meer. Als ze in plaats daarvan zouden mediteren was er niet zoveel aan de hand. Maar ook op meditatie kijken seculiere mensen doorgaans neer, menen de schrijvers. En door de verwaarlozing van het innerlijke leven is ons handelen in de buitenwereld veranderd. We zijn veel meer gericht op de buitenkant, “op veranderende looks, vluchtige codes en modetrends” en daardoor worden we, meer dan ooit, geregeerd door “de tirannie van de hebzucht.” Want, “hoe leger iemands hart is, hoe groter diens behoefte om dingen te kopen, te bezitten en te consumeren. En obsessie voor een consumptieve levensstijl kan alleen maar leiden tot geweld en wederzijdse vernietiging, vooral als maar weinigen zich die stijl kunnen veroorloven.”

Meditatie
Wat nu? Als we betere mensen worden, gedragen we ons ook beter. Wie anders leert denken, zijn innerlijk op orde heeft en in vrede leeft met zichzelf, is ook beter in staat om in vrede met anderen te leven. Hoe leren we dat? Met behulp van meditatie, schrijven de auteurs. Wie regelmatig een half uur per dag mediteert wordt een ander mens. Meditatie verandert de structuur van de hersenen en “bevordert sociaal gedrag, altruïsme, welbevinden, mildheid en compassie. Het verbetert de geestelijke gezondheid en vermindert slapeloosheid, angst en piekeren.”

De auteurs pleiten ook voor het aanleren van geweldloos communiceren. Dat is een gesprekstechniek die niet is gericht op gelijk krijgen of overtuigen, maar die rekening houdt met de behoeften van anderen. Wie geweldloos communiceert steekt zijn of haar afkeuring en woede niet onder stoelen of banken, maar brengt die op zo’n manier over dat het gesprek niet op slot gaat. Essentieel is dat we iemands gedrag los zien van iemands persoon. En dat is te leren, weten de auteurs. Geen wonder, want een van hen is gespecialiseerd in geweldloze communicatie.

Compassie
Naast vrede brengen in ons hoofd en onze communicatie, moeten we ook vrede brengen in hoe we ons gedragen. Hoe? Door te leven in diepe betrokkenheid bij wat de ander beleeft of ervaart, in het besef van een gemeenschappelijke, gedeelde menselijkheid. Het is leven in compassie. En ook compassie kun je leren. Maar hoe houd je dat vol? Doordat ons brein ons beloont, telkens als een ander ons bedankt, een hand geeft, of hartelijk toespreekt. Er komen dan stofjes vrij die ons gelukkig maken. Niet alleen bij ons, maar ook bij die ander.

U begrijpt dat vrede ook hard werken is. Want hou het maar eens vol om begripvol, in vrede en vol compassie te blijven reageren als je moe, gestrest of bang bent. Dat lukt alleen als we er van jongs af aan in geschoold zijn en op onze training kunnen terugvallen, menen de auteurs. Volgens hen hebben we geen keus, gezien het alternatief van een gewelddadige, harteloze en vernietigende samenleving.

‘Vrede kun je leren’ is een indringend en sympathiek boekje, geschreven vanuit de overtuiging dat wie in vrede met zichzelf leeft vanzelf ook in staat is om in vrede met anderen te leven. Het enige wat nodig is, is dat kinderen er van jongs af aan in worden geschoold. Ook volwassenen kunnen met een serieuze training een eind komen. Vrede is “een levensstijl waarvoor we ons dagelijks moeten inzetten.”

Theorie
Nu wreekt zich dat het boekje kort en krachtig wil zijn. Steeds dacht ik bij het lezen: “Ja maar, hoe dan?” Nergens wordt het echt praktisch. Wie meer wil weten, wordt naar andere boeken en websites verwezen. Het optimisme in het boekje is aanstekelijk. Zoveel meer aanstekelijk dan het essay van de eveneens Belgische auteur, Ignaas Devisch, die schreef over Het empathisch teveel. Goed doen is prima, maar het is vaak zo selectief, stelt hij vast. We helpen Pietje wel, maar Klaasje niet. Omdat we Pietje nu eenmaal wel sympathiek vinden en Klaasje niet. Empathie kan daarom nooit het morele kompas worden waarop we mogen varen. Hij wijst op de overheid die voor een rechtvaardige verdeling van geld en middelen moet zorgen.

David van Reybrouck en Thomas D’Ansembourg noemen het woord overheid vrijwel nergens. ‘Verander de wereld, begin bij jezelf’, is hun adagium. Hun seculiere pleidooi schurkt, zonder dat ze het waarschijnlijk beseffen, dicht aan tegen dat van Jezus. Ik herken er veel in. Jezus roept ook op tot geloof (in de zin van vertrouwen in jezelf, anderen en God), gebed en naastenliefde. Idealistisch? Jazeker! Werkbaar? Nauwelijks. Maar wel inspirerend om ermee bezig te blijven zijn, zeker gezien het alternatief van een gewelddadige, harteloze en vernietigende samenleving.

Aries van Meeteren

Vrede kun je leren, David van Reybrouck & Thomas D’Ansembourg (Bezige Bij 2016)

Share

Tags: ,

Related posts

Comments are currently closed.

Top