Kleuren zonder lijntjes – Pasen 2018

Het Paasverhaal laat zich lezen als een oproep om te kleuren zonder lijntjes, legt ds. Aries van Meeteren uit in zijn overdenking tijdens Paasmorgen 1 april 2018.

Introductie

Stel, je bent kunstenaar – ergens in de vroege Middeleeuwen. En je krijgt de opdracht van de toenmalige kerk om de ‘Opstanding van Jezus’ uit te beelden. In een schilderij, mozaïek, fresco, bedenk maar iets. Hoe doe je dat?

Goede vraag. De opstanding is een mysterie. Hoe beeld je dat uit?

De vroegchristelijke kunstenaars komen er niet uit. En ze laten het onderwerp dan ook heel lang links liggen. Pas rond het jaar 700 verschijnen de eerste voorstellingen van Jezus die uit zijn tombe stapt.

De kerk is dan al verdeeld in een Westers en een Oosters deel, met eigen tradities, accenten en opvattingen. De Westerse kerk staat onder leiding van de paus in Rome en in het Oosterse deel maakt de patriarch van Constantinopel de dienst uit.

En wat zien we? Beide kerken, de Westerse en de Oosterse, geven de opstanding op een heel eigen manier weer. In de Westerse Kerk staat alleen Jezus centraal. Er zijn misschien wel soldaten die de wacht houden, maar die slapen of rennen verschrikt weg. En we zien wat engelen. Maar Jezus triomfeert. Alles draait om Hem. Hij ziet eruit als een soort superman die zojuist de dood heeft overwonnen. Hij ziet er sterker uit dan ooit.

(De tekst gaat onder het plaatje verder)

Heel anders gaat het er aan toe in voorstellingen van de Oosterse traditie. Daar komt Jezus nooit in zijn eentje het graf uit. Hij neemt altijd een hele stoet mensen aan zijn hand mee. We zien allereerst Adam en Eva, als representanten van de hele mensheid. En dan ten overvloede nog David en Salomo, die staan voor de koningen en andere machthebbers die dit soort schilderingen vaak financieren. En ook Abel en Johannes de Doper zijn van de partij als eerste martelaren van het Oude en Nieuwe Testament. Zij worden allemaal uit de onderwereld meegevoerd.

(De tekst gaat onder het plaatje verder)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ik moet zeggen, ik vind die Oosterse variant wel sympathiek: Jezus betrekt alle mensen in zijn opstanding. Dat is een voorstelling van zaken die wij hier in het westen helemaal niet kennen. Of misschien: niet meer kennen.

Maar beide voorstellingen hebben ook iets bevreemdends. De opstanding is zo gedetailleerd afgebeeld dat de voorstellingen, in mijn ogen althans, alle geloofwaardigheid hebben verloren. Alles is zo ingevuld. Het mysterie is weg. En dat terwijl de Bijbel datzelfde mysterie juist op zo’n indrukwekkende wijze intact laat.

Overdenking

Kent u het nog? ‘Iedereen kan schilderen met Ravensburger’? Al sinds 1975 een enorme hit. Heel veel mensen hebben wel eens zo’n doek ingekleurd met daarop voorgenummerde vakjes, waardoor complete kunstwerken ontstonden.

(De tekst gaat verder onder de video)

Het doet mij een beetje denken aan al die kleurboeken voor volwassenen die nu zo populair zijn. In die boeken zijn de vakjes weliswaar niet genummerd, maar het is wel de bedoeling dat je binnen de voorgedrukte lijntjes kleurt.

Het levert mooie plaatjes op, die schilderijtjes van Ravensburger of die kleurboeken voor volwassenen. Maar is het ook kunst?

Ik zou zeggen: Nou nee.

Echte kunst heeft geen voorgeschreven kleurnummertjes nodig. Een kunstenaar volgt zijn eigen hart bij het maken van zijn voorstellingen. En een ander kenmerk van kunst is, tegenwoordig althans, dat een kunstenaar buiten de gebaande paden durft te gaan. Dat hij of zij iets eigens uitdrukt met zijn kunst. Zoals Anneke Spriensma nog zei toen ze haar expositie, die hier nu hangt, toelichtte: Met schilderen vertel je iets van jezelf, geef je iets van jezelf door.

Dat was vroeger wel een beetje anders. Toen was een kunstenaar iets minder een vrije vogel. Hij – toen meestal een hij – was in feite een ambachtsman die zich had te houden aan bepaalde gewoontes, of letterlijk clichés: voorgegeven vormen. Er bestonden uitgebreide richtlijnen voor hoe voorstellingen moesten worden uitgebeeld. Zeker ook Bijbelse voorstellingen.

Dat zie je ook op oude afbeeldingen van de Opstanding. Natuurlijk, er zat een duidelijk verschil tussen westerse en oosterse voorstellingen. Maar binnen die beide tradities zien de plaatjes er vergelijkbaar uit. In het Westen heb je die triomferende Christus, in het Oosten die stoet mensen die achter Jezus aankomt, met altijd dezelfde zes herkenbare figuren: Adam en Eva, David en Salomo en Abel en Johannes de Doper.

(De tekst gaat onder de afbeelding verder)

Alsof er al onzichtbare lijntjes op het doek stonden toen de schilder begon. Lijntjes die voorgeven van hoe die Opstanding eruit moet hebben gezien.

En, eerlijk is eerlijk, die lijntjes zitten ook in ons hoofd. Lijntjes van de traditie, lijntjes van de kinderbijbel, van al die vertellingen die we elk Paasfeest opnieuw hebben gehoord. Die lijntjes bepalen hoe we het verhaal over de Opstanding lezen. En hoe we ernaar kijken.

Ik wil u vanochtend een ánder schilderij over de Opstanding laten zien, dat van de drie Maria’s aan het graf, geschilderd door een van de gebroeders Van Eyck, Jan of Hubert. Van Eyck waagde zich niet aan het afbeelden van het moment van de Opstanding zelf. Hij komt met een tafereel van net erna, het moment dat we hebben gelezen in Marcus.

(De tekst gaat onder de afbeelding verder)

We zien de vaste elementen die we uit alle opstandingsverhalen kennen. De steen is van het graf, er is een engel in een wit gewaad en de soldaten bij het graf zijn in diepe slaap.

Maar Van Eyck doet nog iets bijzonders, iets wat alle echte grote kunstenaars doen. Hij zet de voorstelling ook een beetje naar eigen hand. We zien op de achtergrond de Heilige Grafkerk in Jeruzalem, met die bekende koepel. Maar die stond er natuurlijk nog niet ten tijde van Jezus. Van Eyck moet plaatjes uit zijn eigen tijd hebben gevolgd, of misschien wel een kapel uit Brugge die is geïnspireerd op die Heilige Grafkerk. En de soldaten hebben Middeleeuwse harnassen aan en de Maria’s dragen Middeleeuwse kleding. Allemaal eigen elementen die Van Eyck toevoegt.

En wat zien we nog meer? Of liever: wie zien we niet? Jezus!

Het is precies als in het slot van Marcus. Ook daar is Jezus de grote afwezige. We lezen over een leeg graf en een jonge man in witte kleren die de vrouwen opdraagt om naar de discipelen te gaan en hen te zeggen naar Galilea te gaan. ‘Daar zullen jullie Hem weer zien’, zegt die jongeman. En de tekst uit Marcus eindigt dan met die fascinerende zin: ‘Zij zeiden niemand iets, want zij waren bevreesd’. Een tamelijk abrupt slot. Nergens een woord over een verschijning van Jezus.

Maar Jezus ontbreekt natuurlijk niet in Marcus, ook al voert de evangelist Hem niet op. Hij schijnt al door de tekst heen. Want die vrouwen hebben hun mond niet gehouden. Dat kan niet anders. Het verhaal van Jezus ís doorgegaan. Onstuitbaar.

En ook op het schilderij, vermoedelijk oorspronkelijk een altaarstuk, is Jezus wel degelijk van de partij. Want in de hoek zijn, voor wie goed kijkt, enkele stralen te zien. Stralen die duiden op Jezus. Hij staat als het ware buiten het doek, maar iets van Hem, iets ongrijpbaars, is desondanks zichtbaar gebleven.

(De tekst gaat door onder de afbeelding)

Kijk… En zo laat Van Eyck het mysterie in stand. Heel anders dan in die opstandingsschilderijen die ik eerder liet zien. Jezus blijft onzichtbaar en toch ook weer niet.

Prachtig toch?

Maar helaas. Het klopt niet helemaal. Onderzoek van museum Boijmans van Beuningen heeft uitgewezen dat Van Eyck, Jan of Hubert, Jezus wel degelijk heeft afgebeeld. Er is alleen ooit – en wanneer precies is niet bekend – een strook van tien tot vijftien centimeter van het schilderij afgesneden. Een strook waarop dus Jezus stond. Alleen Zijn stralen zijn blijven staan.

(De tekst gaat onder de afbeelding verder)

En voor het merkwaardige einde van het Bijbelboek Marcus geldt misschien wel iets soortgelijks. Het boekje eindigt met het Griekse woordje voor ‘want’. En dat is toch wat bijzonder. Alsof er nog wat moet volgen. Onderzoekers sluiten niet uit dat Marcus ooit langer is geweest, met een verhaal over verschijningen van Jezus aan zijn leerlingen. Precies zoals de andere evangeliën ook vertellen. Maar mogelijk is het laatste blad van Marcus op een gegeven moment verloren gegaan en is de tekst ervan nadien niet mee gekopieerd.

Is dat jammer?

Sommigen vonden van wel en hebben zelf een stuk aan Marcus toegevoegd. Dat kun je zien in de meeste Bijbels: Marcus 16, vers 9 tot en met 20 staat tussen haakjes. Die tekst is later toegevoegd. Het is niet van Marcus zelf, maar van mensen die niet konden leven met dat wat abrupte einde.

Ik vind dat net zo iets als het doek van de gebroeders Van Eyck herstellen door er weer een strook aan vast te maken, waarop Jezus wél staat. Het heeft iets gekunstelds. Iets onechts.

En eigenlijk vind ik het juist wel mooi dat Jezus niet zichtbaar is op het schilderij. En dat Hij ook niet – of misschien niet meer – voorkomt in het slot van het Marcusevangelie. Zo blijft het mysterie in stand. Het mysterie van Pasen. En dat is volgens mij cruciaal.

Ik denk dat de onzichtbaarheid van Jezus, zowel op het doek als in de tekst, niet zozeer een gemis is, maar juist ruimte biedt. Ruimte aan ons, aan onze eigen betrokkenheid. Want het open einde maakt het verhaal van Pasen ook open voor ons. Het is geen ‘iedereen kan schilderen met Ravensburger’, geen kleurboek voor volwassenen, waarop alle lijntjes al staan of alle kleuren al zijn aangegeven. Het verhaal van Pasen is open als het leven zelf.

Soms lijkt het wel alsof ons leven is voorgetekend. Elke dag verloopt hetzelfde. We kleuren braaf de lijntjes in die anderen voor ons trekken. We doen wat we altijd doen en wat mensen van ons verwachten. We denken wat we altijd al hebben gedacht, of wat de meeste mensen in onze omgeving denken. Dat kun je sleur noemen, maar het heeft ook iets overzichtelijks. Heerlijk.

Maar dan gebeurt er iets wat alle patronen doorkruist. Iets schokkends. Het leven zelf grijpt in. En niets is meer vanzelfsprekend. Het kan een blijde gebeurtenis zijn: de komst van een kind of kleinkind, een onverwachte kans op het werk: een carrièresprong, een plotselinge mogelijkheid tot een verhuizing. Je pensionering. Maar ook ziekte, ontslag of zorgen over geld, familie of de kinderen kunnen toeslaan. Een dierbare overlijdt. En alles staat op zijn kop.

En dan blijkt dat er helemaal geen lijntjes zijn voorgetekend. Dat je dacht van wel, maar dat dat allemaal een illusie was. En dan ineens ligt alles open. Wat nu?

Frits de Lange schrijft in zijn boekje ‘Heilige Onrust’ dat vaak op dit soort kruispunten in het leven mensen als het ware gaan pelgrimeren. Ze gaan op zoek naar nieuw houvast. Naar zin, naar betekenis. Er zijn er die letterlijk op reis gaan. Ze gaan op pelgrimage naar Santiago de Compostela, Rome, India of Japan. Maar heel veel anderen leggen alleen een innerlijke reis af. Ze ploeteren en ploeteren. “Je moet toch door, he”, hoor je veel. Een reis van afzien, van gemis, van rouw, van heel veel tranen. En blaren op de ziel.

Het is, zo zou je kunnen zeggen, een spreekwoordelijke reis naar Galilea, die de leerlingen van Jezus moeten maken op advies van de engel. Een reis die we allemaal vroeg of laat afleggen als we, net als de discipelen, op zoek gaan naar zin, aanvaarding, nieuw licht in de duisternis, een nieuwe start. Als we zoeken naar opstanding.

Maar Galilea is nogal een ruim begrip. Het is een gebied dat qua grootte het midden houdt tussen Limburg en Overijssel. Voor een richtingaanwijzing is het nogal vaag. Waarom stuurt de engel de leerlingen niet wat preciezer op weg, bijvoorbeeld naar Kapernaüm, Nazareth of Kana. Daar heb je tenminste wat aan.

Opnieuw: voor dit soort zoektochten bestaan geen vaste routes, geen voorgegeven haltes, geen voorgedrukte vakjes of lijntjes. Misschien zit in die opmerking van de engel wel de aansporing om vooral te blijven zoeken. Om in beweging te blijven en open te staan voor wat het leven ons aanreikt.

Want in die aanwijzing om naar Galilea te gaan, klinkt de oproep door om te blijven zoeken naar waar het allemaal begon. U weet: het Evangelie van Marcus valt nogal met de deur in huis. Er staat geen geboorteverhaal in. Het boekje trapt direct af met Jezus die als volwassen man wordt gedoopt en daarna rondtrekt in Galilea en naar Jeruzalem trekt. En het einde verwijst dan zo weer terug naar het begin. Daar vinden jullie de zin en de betekenis van alles, zegt de engel.

Blijf zoeken naar de bron, naar de oorsprong. Met een heilige onrust, soms als een zalm tegen de stroom. Zoek die dragende kracht onder je bestaan, de kracht die wij God noemen. De God die ‘ja’ tegen ons zegt. De God die staat voor die twee indrukwekkende woorden ‘En Toch’ als alles uitgegumd is en er geen lijn meer in ons leven lijkt te zitten. De God die ons wil doen opstaan en die ons tegemoet komt als wij in beweging komen. God, die ons niet de vakjes en de lijntjes in ons leven teruggeeft, maar wil zijn als de stralen in de hoek van het schilderij, als wenkend perspectief. Als licht dat ons bijschijnt, als wij ons buiten de lijntjes begeven.

Moge het zo zijn,
Amen

Share

Tags:

Related posts

Comments are currently closed.

Top