Tegen het donker

Kerst gaat over licht, over hoop en over een kind. Maar misschien gaat het allereerst wel over duisternis. Zonder het donker zouden we al dat licht niet hoeven te ontsteken, zegt ds. A.P.B. van Meeteren in zijn kerstnachtboodschap.

Heeft u ‘m ook ergens staan? Dat geinige kerstdorp van die Zaanse grootgrutter? Wij wel! Ze staan op een mooie plek in huis. Het is al weken een commercieel soort advent bij de boodschappen: welk huisje of poppetje hadden we nu weer bij de boodschappen gekregen?

Leuk speelgoed, die huisjes. Ze hebben ook wel iets nostalgisch. Het zijn allemaal oud-Hollandse winkeltjes uit de Zaanstreek. Zo zie je ze nergens meer natuurlijk. Al die kruideniertjes en speciaalzaken zijn weggeconcurreerd door n.b. de supermarkten. Het is iets van vroeger.

Er is heel wat afgemopperd over de kersthuisjes. Moet dat nu, al dat plastic? Plastic huisjes in plastic zakjes. Terechte kritiek. Maar, denk ik dan, je kunt die huisjes prima hergebruiken als gewoon speelgoed. Of in de kerstspullendoos doen en volgend jaar weer neerzetten.

Ik vind het kerstdorp stiekem gewoon leuk. Er zit zo’n grondplan bij, waar je gaatjes uit kunt drukken. Je kan er dan kerstverlichting op batterijen onder stoppen. Dat geeft een mooi effect.

Maar dan moet je wel wachten tot het donker is, of de gordijnen sluiten. Want zo fel zijn de lichtpuntjes niet.

Pas in het donker zie je het licht. Daarover straks meer. Eerst staan we stil bij een gedicht van Claudia de Breij:

Claudia de Breij

In mijn kamer staat een blauwspar stilletjes te sterven dankzij een paar Germanen met een oeroud ritueel dat zo goed aansloeg dat de kerk de pret niet wou bederven en de zonnewende niet verbood, maar meenam in ’t geheel.

In mijn kamer zingt een zanger over een White Christmas. In Rusland stond de wieg van dit Amerikaans refrein, want Israel Beilin kwam uit Siberië en wist dus hoe koud de winters van een joodse jongen kunnen zijn.

Hij vertrok vol hoop met een boot naar een beter leven en als Amerikaan heeft Irving Berlin (NB. de nieuwe naam van Beilin) verwoord wat ieder mens bij de gourmet met tantes, vaders, neven naast All I want for christmas toch het liefste hoort.

In mijn kamer staat een stal met een plastic kindje. Hij straalt en ik aanbid hem met zijn lachende gezicht omdat hij mij laat zien: het maakt niet uit. Al vind je dit alles onzin — Het gaat altijd over liefde. Het gaat altijd over licht.

Claudia de Breij (2018)
Foto: Pexels

Kerstverhaal

In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.

Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden:

‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen, die hij liefheeft.’

Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag.

Lucas 2, vers 1 t/m 16

Donker

“Waarom is er bij jullie eigenlijk alleen een kerstnachtdienst?”, vroeg iemand me niet zo lang geleden. Tja, eigenlijk best een goede vraag. Ik kan allerlei redenen verzinnen. Maar de belangrijkste is misschien wel dat die kerstnachtdienst veruit de meest geliefde dienst is rond de kerstdagen. Natuurlijk, op kerstmorgen kun je in veel kerken ook naar een dienst of mis. Maar dan is het vaak toch beduidend minder druk. Om over tweede kerstdag maar te zwijgen.

Tijdens een kerstviering hoort het gewoon donker te zijn. Overdag kun je wel kaarsen aansteken, maar dan zie je die kleine lichtjes natuurlijk een stuk minder goed. Of de lampjes in de kerstboom. Pas in het donker zie je het licht.

Foto: Pexels

Ik weet nog dat bij mij op de lagere school alle gordijnen dicht gingen als de meester of juffrouw het kerstverhaal ging vertellen. Wij waren allemaal voorzien van cakejes met een kaarsje. En wij moesten dan allemaal heel stil zitten, want ja: al die flakkerende kaarsjes, in combinatie met een volle klas, dat was natuurlijk wel een dingetje. Maar ja, onze juffrouw kon zo mooi vertellen – wij hingen aan haar lippen. En we vergaten helemaal om te bewegen.

In de kerk herhaalde zich dat nog een keer. Er was bij ons in de kerk in Brandwijk op eerste kerstdag altijd een kinderkerstfeest. Overal waxinelichtjes, de lampjes in de kerstboom waren aan en dan vertelde iemand van de nevendienst een spannend verhaal. En na afloop kregen we een mandarijn, een bekertje chocomel en een boek van uitgeverij Callenbach Nijkerk. Ko de Kok, bijna 100 jaar oud, vertelde me dat het er bij haar vader op de zondagsschool met kerstmis al net zo aan toe ging – tot aan de chocomel, mandarijn en het boekje van Callenbach aan toe.

Sinds mensenheugenis zoeken mensen warmte en licht bij elkaar rond het moment dat de nacht het langst duurt en de dag het korst. En dat is nú, min of meer. Onze geschiedschrijving gaat weliswaar niet veel verder terug dan de Romeinse Tijd, toen het overal in Europa rond de winter-zonnewende twaalf dagen feest was en er huizen groen werden versierd en mensen heel veel aten. Maar aan een monument als Stonehenge kun je zien dat mensen al veel eerder, in de steentijd, grote waarde hechten aan precies deze periode van het jaar: het moment waarop het het donkerst is, waarna het licht terugkeert. Zoveel waarde dat ze er zo’n curieuze tempel van megastenen voor oprichten.

Foto: Pixabay

Het zit zo ingebakken in ons, in ons collectieve bewustzijn, dat we het feest als kind al meteen begrijpen. Het is donker en koud, maar de belofte klinkt dat het licht weer terugkeert. Hoe mooi en warm is dat. Kerstmis kan daarom een mooie tijd zijn. Het helpt natuurlijk voor kinderen ook dat ze dan twee weken vakantie hebben – en dat veel ouders dan ook meerdere dagen vrij kunnen zijn. Het gewone leven ligt even stil. En ook wie toch aan de bak moet, ervaart een andere sfeer op het werk. Het is vaak gemoedelijker, minder jachtig. Tenminste, als het goed is.

Het is daarom zo jammer als we juist met kerst toch weer van alles moeten. Niet gewoon eten met elkaar, maar meteen een 10 gangendiner alsof we bij de Librije zitten, met alle kookstress van dien. En niet 1 of 2 kerstfeesten, maar kerst op school, de BSO, de voetbal, de hockey, bij pappa en mama thuis en op het werk en ook bij de nieuwe vriend van mama en de nieuwe vriendin van papa, bij alle opa’s en oma’s en bonusgrootouders.

Aandacht voor de nacht

In al die drukte en stress dreigt iets verloren te gaan van het bijzondere dat kerst wil zijn. Van de verdieping die kerst wil aanbrengen. Van licht in het donker. Maar wat is dat dan nog meer dan kerstlichtjes en gezelligheid? Kerstbomen en kerstkransjes? Wat is dat nog meer dan een vol bord en een glas glühwein? Wat gaat daarachter schuil?

Het kerstlied zingt “Stille nacht, heilige nacht.”

En misschien is het wel precies dát: aandacht voor de nacht, voor het donker. Dat klinkt misschien gek als overal juist overal lichtjes branden. Maar zonder dat duister zouden we al dat licht niet ontsteken. Misschien is kerst ook wel eerst de erkenning van het duister waarin we ons bevinden. Als we terugkijken en zien wie er niet meer zijn, bijvoorbeeld. Het voelen van de onzekerheid over wat voor ons ligt. Wat staat ons nog te wachten? Persoonlijk, maar ook maatschappelijk. Want er is genoeg duisternis om ons heen. Kijk maar naar de journaals, lees maar in de kranten. Wat als alle klimaatwetenschappers gelijk hebben? Wat als onze manier van leven, onze manier van werken, op de helling moet?

Je kunt geen kerst vieren zonder daar oog voor te hebben. Oog voor de nacht. Voor de kou ook – ook al is het in jaren niet meer echt koud geweest rond de kerstdagen en is van kou in het Bijbelverhaal natuurlijk al helemaal geen sprake. Bij kerst hoort nacht en sneeuw, tenminste op het noordelijk halfrond. En dat is niet alleen omdat het in Amerikaanse films altijd zo is. Dat is omdat kerst in wezen gaat over het donker. Over de nacht en de kou die daarbij hoort. En over het licht dat daarin op gaat.

Foto: Pixabay

Vredevorst?

Lucas, de schrijver van ons kerstverhaal, heeft ook voluit aandacht voor het donker. Op het moment dat hij zijn kerstverhaal schrijft is het omstreeks het jaar 80 en sommigen zeggen zelfs het jaar 90. Lang ná de geboorte van Jezus dus. Het is de tijd van de eerste georganiseerde christenvervolgingen. Keizer Domitianus ziet zichzelf als god en wil ook als zodanig worden vereerd. Christenen vertikken dat en zijn daardoor de gebeten hond. Het is de tijd ook van ongekend hoge belastingen, omdat Domitianus het in zijn hoofd heeft gehaald om niet alleen heel veel te bouwen en te restaureren, waaronder het Pantheon in Rome, maar ook om enkele pittige oorlogen te voeren om de rust in zijn rijk te handhaven. Een donkere tijd.

Tegen die achtergrond komt Lucas met zijn verhaal over het bevel van keizer Augustus, de verre voorloper van Domitianus. Ook dat bevel had met belastingen te maken. Want de volkstelling die Augustus wil is weinig anders dan een soort vooronderzoek naar hoeveel geld hij kan ophalen voor nieuwe oorlogen. Oorlogen waarmee hij zijn immense gebied kon uitbreiden en onder de duim houden. Augustus had, voor hij keizer werd, al veel oorlogen gevoerd. Oorlogen waarmee hij een einde maakte aan burgeroorlogen binnen het rijk. Dat leverde hem allerlei eretitels op als: verlosser, vredevorst en brenger van de blijde boodschap. Maar de belastingmaatregel laat zien dat die vrede bepaald niet duurzaam was. Het zijn donkere tijden.

Foto: The Yorck Project (2002) on Wikimedia

Van Augustus en de centra van de macht zwenkt de camera vervolgens naar Nazareth, het dorpje waar Jozef en Maria wonen. Ook in dat dorp is het duisternis troef. Er was net een forse opstand geweest, die was neergeslagen door Romeinse troepen. Het gebied was platgebrand en geplunderd door soldaten. En vervolgens was de rust weer terug gekeerd. Maar wat voor vrede was dat?

En zo begint het kerstverhaal in feite tegen de achtergrond van geweld en leed en is er de dreiging van nieuw geweld en nieuw leed. Het verhaal begint duister. En de tekenen zijn ongunstig. Er dreigen nieuwe oorlogen, want ja: die aankomende belastingen zijn ergens voor nodig. Hoe moet het verder?

Vergeet niet dat Lucas geen reporter is van Radio Rome die anno het jaar nul live verslag doet van de uitwerking van een belastingmaatregel van keizer Augustus. Hij is iemand die de mensen van zijn eigen tijd een hart onder de riem wil steken, 80 tot 90 jaar later. Hij wil hoop brengen. Geen naïef optimisme, zo van: het komt allemaal goed. Maar wel: het blijft niet donker. Hoe dan ook. Er kan van alles gebeuren. Kijk maar.

Want waar komt Lucas mee? Hij verlegt de aandacht van de grote machthebbers naar een kind. Een kind dat hij ook verlosser, vredevorst en brenger van de blijde boodschap noemt, net zoals de keizers zich laten noemen. Het kind als anti-keizer. Het kind als broos teken van hoop tegenover de wanhoop van het donker, de dreiging en de angst. Een kind, geboren uit liefde. Wat een beeld!

Foto: Pxhere

Hoop

Maar waarom is een kind nou zo’n mooi teken van hoop? De komst van een kind betekent de komst van een nieuw begin. Altijd. Onherroepelijk. Een nieuwe start. Een kind staat voor verandering. Verandering die heel klein begint.

Lucas had niet met de geboorte van een kind hoeven te beginnen. We kennen ook andere evangeliën. Dat van Marcus bijvoorbeeld, het oudste evangelie dat we hebben. Daarin is Jezus in het eerste hoofdstuk al meteen volwassen. Maar Lucas begint dus met een geboorte, en dat ook nog tegen de achtergrond van het machtige Romeinse Keizerrijk – het centrum van de toenmalige wereld. Een kind als teken van hoop.

Ik ben me ervan bewust dat er over het geboorteverhaal van Jezus nog van alles te vertellen valt. Het kerstevangelie valt tot in de kleinste details te analyseren. Maar dit jaar voel ik een grote behoefte om het eenvoudig te houden. Om aan te haken bij het oerfeest van het terugkerende licht. Van het zonlicht dat steeds langer gaat schijnen en uiteindelijk terrein wint op het duister. Een licht dat klein begint, dat als een kind dat wordt geboren, hulpeloos en teer, zoals elk nieuw begin hulpeloos en teer is. Maar een kind dat groeien kan, als we het voeden. En liefhebben.

Kerst is zo het ultieme verhaal van de hoop, het geloof dat er ondanks alle slechte voortekenen tóch toekomst is. En ik merk dat ik ernaar snak. Naar licht te midden van de duisternis van alle apocalyptische klimaatcijfers, economische onheilsprofeten en de almaar harder schreeuwende politieke stuurlui aan de wal. Licht te midden van het donker van alle stuitende leugens die zo makkelijk voor waarheid worden geslikt. Want ik maak me daar echt grote zorgen over.

Licht ook in het donker van het gemis dat rond de kerstdagen altijd extra schrijnt. Kerst als moment om op adem te komen bij elkaar, bijvoorbeeld hier in de kerk, omdat wij allemaal voor elkaar die lichtpuntjes kunnen zijn waaraan we hoop kunnen ontlenen. Troost, steun en kracht.

Foto: Pixabay

Naïef

Ik besef dat dit een heel naïef verhaal is. Want het duister is niet zomaar weg. Hoop kan ook weer vervliegen. Of aanvoelen als hopeloze hoop. Maar hoop kan ook weer aanwakkeren. Hoop op meer tijd. Hoop op nog een kans. Het ongedachte is mogelijk! Zo lees ik bijvoorbeeld dat allerlei overheden weliswaar aarzelen om klimaatmaatregelen te nemen, maar ik zie ook om mij heen dat mensen er steeds meer van doordrongen raken dat er dingen anders moeten. Ik zie dat als de zorg voor mensen die hulp nodig hebben stokt door een overmaat aan bureaucratie, er toch mensen zijn die doen wat nodig is. Uit eigen beweging. De verandering komt van onderop. Het gaat met muizenstapjes, maar het gaat. Allemaal kleine tekens van hoop, kleine lichtjes van hoop.

Ook bij persoonlijk leed verdrijven de lichtpuntjes het duister zeker niet altijd of niet onmiddellijk. Maar blijken van medeleven, hoe klein ook, kunnen wel helpen om overeind te blijven als om ons heen het duister woedt. Lichtpuntjes die hoop bieden, uitzicht. Tegen het donker in.

Naïef? Ja. Zo naïef als een kind kan zijn. Maar is het niet ook wonderlijk hoe het licht soms kan terugkeren, hoe de toekomst baanbreekt? Buiten, maar ook in onszelf. Nog is het donker, maar het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen. Dat wonder, is dat niet kerst? 

Aries van Meeteren

Tags:

Related posts

Comments are currently closed.

Top