Viering voor thuis – ‘Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy’

Omhoog kijken

Ds. Aries van Meeteren denkt na over anders denken, kringetjes doorbreken en een overbekend nummer van Ramses Shaffy. Luister hier naar de viering of lees de tekst direct onder de player.

Online-viering Kerk met de Beelden, week 5

Welkom! Fijn dat je luistert naar deze viering voor thuis van de Kerk met de Beelden. Laten we om te beginnen een moment stil zijn.

Kom, kom, wie je ook bent
Schande is hier onbekend
Al zwoer je duizend eden
Die je keer op keer weer brak
Kom, blijf komen, kom

Rumi

Lieve mensen,

Wel eens van Hardie Katz gehoord? Nee? Ik denk het wel. Bernhard Kats (1933), zoals hij eigenlijk heet, woont weliswaar alweer jaren in Houston. Maar na de oorlog zat hij in Leiden in de klas bij Didi Snellen. Gaat er nog geen lichtje branden?

Didi Snellen zou later landelijk bekend worden als Ramses Shaffy en hij zou een van zijn bekendste liedjes over Hardie Katz hebben gezongen. Alleen noemde hij hem ‘Sammy’.

Sammy loop niet zo gebogen
Denk je dat ze je niet mogen
Waarom loop je zo gebogen
Sammy met je ogen
Sammy op de vlucht.
Hoog, Sammy, kijk omhoog
Sammy, want daar is de blauwe lucht.

Ramses Shaffy
Foto: Vysotsky (Wikimedia CC4.0)

Hardie is de zoon van een huisarts, Meijer Samuel Katz. Toen de oorlog uitbrak dook het gezin onder. Hardie kwam terecht bij een boer in Egede (Overijssel). Hij leefde daar letterlijk onder de grond. Af en toe mocht hij even naar buiten.

Na de bevrijding bleek dat de jongen maar liefst 75 familieleden verloren had. In de Telegraaf (5-5-2019) zegt Hardie daarover: “Het lag in mijn schooltijd als een zware lading op mijn rug. Didi (Ramses dus) had mij in het lied niet beter kunnen treffen.”

Hoog, Sammy, kijk omhoog
Sammy, want daar is de blauwe lucht.

In deze viering voor thuis gaat het over de blik omhoog uit dat iconische lied van Ramses Shaffy. Over de moeite die dat kan kosten. En waarom het toch belangrijk is dat we het zo nu en dan proberen: omhoog kijken.

We lezen Deuteronomium 11, de verzen 10 tot en met 12:

[Mozes zegt tegen zijn volksgenoten:] Want het land dat u in bezit zult nemen is heel anders dan Egypte, waar u vandaan komt. Daar moest u de akkers na het zaaien kunstmatig bevloeien als een groentetuin. Maar het land aan de overkant is een land met bergen en dalen, dat zijn dorst lest met het water uit de hemel. Het is een land waaraan de HEER, uw God, veel zorg besteedt en waarover hij waakt, het hele jaar door, van de eerste tot de laatste dag.

Nieuwe Bijbelvertaling

We lezen het verhaal van de zwaan van Toon Tellegen:

‘Fladderen,’ vroeg de zwaan aan de vlinder, ‘Hoe doe je dat toch? Dat probeer ik nou zo vaak.’
Hij steeg op van de grond aan de oever van de rivier en probeerde te fladderen, maar het leek nergens op.
‘Pas maar op,’ zei de vlinder. ‘Straks stort je nog neer.’
Mistroostig ging de zwaan weer zitten.
‘Ik begrijp er niets van,’ zei hij.
‘En toch is het heel eenvoudig,’ zei de vlinder.
Hij fladderde even om de zwaan heen en ging op de top van een grasspriet zitten.
De zwaan liet zijn hoofd in zijn veren zakken en keek somber naar de grond.
‘Je moet eerst je gedachten laten fladderen, zwaan,’ zei de vlinder. ‘Dan pas jezelf.’
De zwaan zweeg. Hij wist niet of hij nu boos zou worden of verdrietig of onverschillig.
‘Kijk,’ zei de vlinder, ‘je denkt aan honing, hm lekkere honing, en dan meteen daarna denk je aan boomschors en dan aan het nijlpaard en dan aan kroos, aan een krukje, aan zand, aan een schaar, aan rozen, het geeft niet wat, als je maar meteen aan iets anders denkt als je ergens aan denkt…’
‘Dat kan ik niet,’ zei de zwaan, wiens gedachten altijd statig waren alsof zij langs lange lanen schreden en slechts met vaste tussenpozen minzaam knikten naar oude herinneringen.
‘Nee,’ zei de vlinder. ‘Maar je kunt het wel leren.’
En zo, op die warme, wolkeloze dag, aan de oever van de rivier, kreeg de zwaan les van de vlinder.
Hij leerde van de hak op de tak te springen, rommelig te zijn, nooit iets zeker te willen weten, maar ook nooit iets over te slaan.
‘Iets is niets,’ zei de vlinder. ‘Dát wel. Maar alles is wel alles.’
‘En niets?’ vroeg de zwaan.
‘Dat zei ik net,’ zei de vlinder. ‘Dat is iets.’
Er vielen gaten in de gedachten van de zwaan, flarden raakten er los en woeien weg, en tegen het eind van de middag was niet een van zijn gedachten meer statig of recht. Met grote ogen keek hij om zich heen, zijn hart bonsde, en toen de vlinder hem opeens een duw gaf sprong hij op en fladderde hij rond, totdat hij op de grond viel.
‘Au,’ zei hij. Maar hij lachte.
‘Zie je wel!’ zei de vlinder.
‘Nu kun je misschien nooit meer over de horizon verdwijnen of boven de wolken opstijgen, en ook zul je misschien nooit meer urenlang kunnen doorvliegen. Maar je kunt fladderen!’
De zon ging juist onder en samen fladderden zij rond door de dunne avondnevels. Zij doken onder een paardenbloem door, beschreven lussen tussen de takken van de wilg en wensten elkaar ten slotte geluk met alles.
‘Wat was alles ook maar weer?’ vroeg de zwaan, terwijl hij een scherpe bocht nam en rakelings langs een klaproos scheerde. ‘Alles,’ zei de vlinder.
‘O ja!’ zei de zwaan. ‘Hoe kon ik dat nou vergeten.’

Toon Tellegen, Misschien wisten zij alles (2005), p. 224-225

Lieve mensen,

In 1875 neemt Marcelino Sanz de Sautuola een kijkje in een grot die nog maar net is ontdekt op zijn landgoed in het Noord-Spaanse Santillana del Mar. Marcelino is jurist, bioloog, botanist, geoloog en amateur-archeoloog. Hij loopt er even rond met een kennersblik, maar ziet er zo snel niets bijzonders.

Drie jaar later bezoekt hij in Parijs een tentoonstelling met vondsten uit de ijstijd. En daardoor aangemoedigd keert hij terug naar de grot op zijn landgoed. Hij neemt zijn 8-jarig dochtertje Maria mee. En terwijl Marcelino druk aan het graven slaat en dierenbotten vindt, is Maria wat verder gelopen. Opeens roept ze: “Kijk, papa, ossen!”

Foto: Thomas Quine (Wikimedia CC2.0)

Dan blijkt dat er op het plafond van de grot allerlei schilderingen staan, in lijntjes en in kleur, die, naar later zal blijken 15.000 tot 35.000 jaar oud zijn. Al gravend had Marcelino ze over het hoofd gezien, omdat hij naar beneden keek. Niet voor niets wordt het grottencomplex in Cantabria ‘Altamira’ genoemd. Altamira betekent zoiets als: “Kijk omhoog.”

Ik vind het een fascinerend verhaal. Ik moet denken aan filmpjes die ik weleens op Facebook voorbij zie komen van een vrouw die op straat loopt en druk aan het appen is. Verderop in de straat stort ineens een gebouw in, maar de vrouw ontgaat het volkomen, zo verdiept als ze is in haar appgesprek. Of denk aan een foto van natuurfotografen die met elkaar op een rijtje liggen en hun telelens richten op iets in de verte. En vlak achter hen staat een vos naar hen te kijken.

Maar ik herken het ook wel bij mezelf. Ik kan soms zo in gedachten zijn verzonken dat ik op straat een bekende die naar me staat te zwaaien zomaar voorbij loop. “Joehoe”, hoor ik dan ineens achter me. Of: “Earth calling Aries van Meeteren.”

Maar het meest doet het me denken aan periodes dat ik wat somber ben. Ik weet van mezelf dat ik juist dan de neiging heb om naar de grond te kijken en me op te sluiten in mijn hoofd, als in een cocon. En als ik naar binnen ben gekeerd, maak ik nauwelijks oogcontact meer. Want ja, dat denkt makkelijker. En omdat ik niet meer om mij heen kijk word ik nog somberder. En zo sluit het kringetje.

Afbeelding: Pixabay

Laat ik hier onderstrepen dat ik het over somberheid heb. Dat is heel wat anders dan een depressie. In de volksmond verwarren we die twee wel eens. Maar depressie verhoudt zich tot somberheid als, laat ik zeggen, chronische migraine tot gewone hoofdpijn. Depressie is een ernstige en langdurige aandoening waar iemand beter hulp bij kan zoeken. Somber zijn we allemaal wel eens, denk ik. Maar het is evengoed iets waar we flink last van kunnen hebben.

Wat dan soms kan helpen is het doorbreken van het kringetje van navelstaarderij, lusteloosheid en daardoor opgesloten blijven zitten in onze eigen sombere gedachten. Hoe? Door niet langer naar de grond te turen, maar juist ons blikveld te verruimen. Hoog, Sammy, kijk omhoog Sammy, want daar is de blauwe lucht.

Afbeelding: Pixabay

Maar zo klinkt het wel heel simpel. Waar het om gaat is dat we onze negatieve gedachtenspiraal durven loslaten en ons openen voor wat er nog meer is, voor wat er buiten onszelf allemaal nog bestaat en ons daarnaar richten. Dat is wat ik bedoel met ‘Kijk omhoog’. En zoals negatieve gedachten ons hoofd als vanzelf naar beneden lijken te kunnen trekken, kan, als we daar tegenin gaan en om ons heen kijken, uiteindelijk weer meer energie gaan stromen.

Ik zie een mooie parallel met dat wat bijzondere stukje uit het Bijbelboek Deuteronomium. De verzen 10 tot en met 12 vormen een hechte eenheid. In de joodse Bijbel zijn ze van de rest afgescheiden met de Hebreeuwse letter s (ס) als teken dat ze nauw bij elkaar horen. Mozes vertelt in het stukje zijn toehoorders dat het land dat ze straks binnen zullen gaan heel anders is dan Egypte. En dat verschil is cruciaal.

S-tekentjes markeren Deuteronomium 11, vers 10 t/m 12 (BHS5)

De Hebreeuwse aanduiding voor het land Egypte betekent zoiets als ‘benauwdheid’. Het is wel eens vertaald met angstland, maar dat is misschien wat al te vrij. Maar als beeld klopt het wel. In Egypte leefde het volk Israël in slavernij. Maar dat hoeft niet meer. De toekomst is open, zegt Mozes. Voor wie het kan zien. Voor wie het aandurft.

Mozes beschrijft het verschil in landbouwtermen. “In Egypte moesten jullie de akkers na het zaaien kunstmatig bevloeien als een groentetuin. Maar het land aan de overkant is een land met bergen en dalen, dat zijn dorst lest met het water uit de hemel.”

Achnaton (Foto: Keith Schengili-Roberts (Wikimedia CC3.0))

Interessant is een parallel met het loflied van Achnaton, de farao uit de 14e eeuw v.C. die alle goden opdoekt en alleen nog maar de zon wil aanbidden. Hij zingt in het lied: “Gij schept de Nijl in de onderwereld en brengt hem naar boven naar uw welbehagen om de mensen (in Egypte) te doen leven. [Voor] alle verre berglanden maakt Gij een Nijl aan de hemel, die voor hen neerdaalt en waterstromen maakt op de bergen om hun velden te drenken met wat zij nodig hebben.”

Waarin zit het verschil tussen Egypte en Kanaän nu precies? In Egypte zijn boeren voortdurend bezig met de irrigatie van het land. Telkens als de Nijl buiten haar oevers treedt, moeten ze aan de bak om ervoor te zorgen dat er genoeg water over de akkers loopt. Het is hard werken. En het vraagt er steeds om dat de mensen naar beneden kijken, naar de Nijl, naar de kanalen en dijken om de landbouwgronden.

Afbeelding: Louvre Museum

Straks in Kanaän is die constante wateraanvoer er niet. Er zijn daar helemaal geen grote rivieren zoals de Nijl. Er zijn alleen bergen en dalen. En dus moet al het water van boven komen. Van de regen. En wanneer die valt is niet goed te zeggen. Het dwingt de boeren tot het leven met de weersomstandigheden, tot het voortdurend opletten op de tekenen van de tijden. Wanneer zaaien? Wanneer oogsten? Niets kan op de automatische piloot.

Nogmaals, ik lees het gedeelte uit Deuteronomium als een beeld. Als verbeelding van de sprong naar nieuw land, een nieuwe toekomst en wat daarvoor nodig is: de open blik omhoog, naar de blauwe lucht. Komt er al regen aan? Naar beneden kijken levert niets meer op. Dat werkte weliswaar in Egypte, maar niet langer in Kanaän. Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy, want dan word je lekker nat.

Afbeelding: Pixabay

Sombere gevoelens overwinnen, de blik verleggen, is niet eenvoudig. Het kost tijd. We kunnen er wel steeds beter in worden. De Zweedse psycholoog Anders Ericsson becijferde eens dat mensen die iets heel goed kunnen – of dat nou vioolspelen is of vrije trappen nemen – daar gemiddeld 10.000 uur gericht voor hebben geoefend. Of dat aantal uren ook opgaat voor anders leren denken weet ik niet. Maar laten we maar zeggen dat serieuze oefening loont. En dat we niet meteen wonderen moeten verwachten.

Maar hoe brengen we dat dan op? Misschien ook wel door omhoog te kijken. En dan bedoel ik met ‘omhoog’ het perspectief dat het onze overstijgt. Het perspectief van iets dat groter is dan wijzelf, iets dat wij misschien wel God noemen. Iets wat ons omgeeft en aanspoort om vol te houden. Om te blijven zien wat er om ons heen is aan leven. En nieuwsgierig te blijven, ook al hebben we er lang niet altijd niet de puf voor.

De tekst uit Deuteronomium laat zich lezen als zo’n aanmoediging om de sprong te wagen naar nieuw land en vaker omhoog te kijken en ons te verbazen over wat er allemaal is. Om af en toe eens wat nieuws te proberen, zoals de zwaan die leert fladderen. Ook dát kan ons uit het kringetje halen waarin we soms verzanden.

Afbeelding: Pixabay

De laatste woorden zijn voor Ramses Shaffy die, zoals het verhaal gaat, zijn schoolkameraad bezingt die het verleden op zijn nek heeft en houdt.

Sammy loopt maar door de nachten
op een wondertje te wachten.
Wie zou dit voor jou verzachten
Sammy, want jouw nachten,
Sammy, zijn zo koud.
Hoog Sammy, kijk omhoog
Sammy, want er is er een die van je houdt

Ramses Shaffy

Moge het zo zijn,
Amen

Bij wijze van gebed lees ik een gedicht:

Geef ons dat wij durven leven
dat er toekomst kan bestaan,
dat wij dromen verder geven,
dat er wegen open gaan
dwars door grenzen en patronen
boven feiten en verstand,
boven al het doodgewone
uit naar een nieuw toekomstland.

Yvonne van Emmerik

Ik sluit graag weer af met een zegenbede:

Ga naar buiten
om te bloeien als de bloemen,
te zijn wie je bent met anderen.
Ga met God!
Zegen over jou,
armen die je dragen,
licht op jouw gezicht.
Er is een weg voor je uit.
Ga met God!

Auteur onbekend

Aries van Meeteren

Tags: , , , ,

Related posts

Comments are currently closed.

Top